Marianne Thieme
Soms hebben mensen het gevoel dat de natuur niet zonder ons zou kunnen. Terwijl het tegendeel het geval is. De natuur heeft zwaar te lijden onder menselijk ingrijpen, omdat we de enige levende soort zijn die onze eigen leefomgeving verwoest.
Wat ons onderscheidt van de dieren – meer intelligentie en de mogelijkheid tot het maken van moreel ethische afwegingen - wenden we gek genoeg aan in ons nadeel.
Het kostbaarste wat we hebben, schone lucht, schoon water, schone bodem, biodiversiteit offeren we op het altaar van de economie.
We maken er letterlijk kleingeld van. En als door ons toedoen onze kleine planeet getroffen wordt door een kredietcrisis, een klimaatcrisis, een voedselcrisis, een zoetwatercrisis, een grondstoffencrisis en de ene dierziektencrisis na de andere, spreken we alleen of vooral over de kleinste crisis die ons treft: de kredietcrisis.
Die crisis kost volgens deskundigen eenmalig maximaal 1 biljoen euro, terwijl alleen de kap van het regenwoud structureel, elk jaar meer dan het 3-voudige gaat kosten, nog los van het feit dat het regenwoud onvervangbaar is en de erfenis zou moeten vormen voor toekomstige generaties.
We zijn zo van de natuur vervreemd geraakt, dat we onze natuur kappen om er soja te verbouwen, terwijl we nu al bijna de helft van de wereldgraanoogst op laten slokken door onze veehouderij. Ondanks de honger in de wereld.
De natuur is veel beter af zonder mensen, dan met mensen. Vooral jagers willen daar niet aan. Ze huilen dikke krokodillentranen wanneer ze vertellen welk leed in het wild levende dieren zou kunnen overkomen zonder menselijk ingrijpen. Stel je voor dat de herten, de reeën en de zwijnen ziek zouden worden of honger zouden kunnen gaan krijgen bij gebrek aan natuurlijke vijanden. Het is een vorm van omgekeerd Bambidenken: de jager die een emotionele oproep doet om dieren in de kracht van hun leven te euthanaseren, om hen voor lijden te behoeden.
Wij mensen zouden af moeten van onze arrogantie. Wij zijn geen onderdeel van de oplossing op dit moment, maar eerder onderdeel van het probleem. De natuur zucht onder onze kortzichtigheid en onze hebzucht.
Daarom is het zo prachtig dat er ook mensen zijn die zich realiseren dat de natuur het beste af is zonder menselijk ingrijpen. Die nieuwe wildernis laten ontstaan, louter door zich er niet meer mee te bemoeien. Door de natuur z’n natuurlijke gang te laten gaan en als mens gepaste afstand te houden tot natuurlijke processen die we nog nauwelijks kunnen bevatten.
Jan Wolkers zei me enkele jaren geleden: “Ik zou alleen in god kunnen geloven als er geen mensen waren”. Het is triest maar begrijpelijk dat paradijselijke stukjes aarde alleen ontstaan waar mensen zich terugtrekken. Misschien komt er ooit een tijd dat mensen in harmonie kunnen leven met dieren, natuur en milieu. Wanneer mededogen en duurzaamheid het winnen van hebzucht en andere korte termijnbelangen.
Misschien kan de crisis een keerpunt worden, wanneer we ons realiseren dat in de dierenwereld nooit een kredietcrisis, een klimaatcrisis, een voedselcrisis, een zoetwatercrisis, een grondstoffencrisis of dierziektencrises zou ontstaan.
De natuur en het milieu kunnen het prima zonder ons. En pas wanneer we ons dat gaan realiseren en ons gaan houden aan natuurwetten, mogen we weer meedoen!




Ik vind mijn vrouw veel kostbaarder
Hoi Marianne, grappig dat je spreekt over natuurwetten en dat wij als mensen ons daar aan moeten houden. Zou het niet ook zo kunnen zijn dat wij gewoon een hele succesvolle soort zijn. Wij houden ons als soort aan de natuurwetten! Dat wij intelligent zijn en ethische afwegingen kunnen maken wil in mijn ogen nog niet zeggen dat wij daardoor ons eigen graf delven. Al die crises die je noemt zijn van toepassing op ons als soort maar de aarde heeft meer veerkracht dan je denkt. Uiteindelijk zullen wij als soort eerder het onderspit delven dan dat de aarde eraan gaat. Soorten ontstaan en vergaan. Kunstmatig proberen biodiversiteit of wildernis respectievelijk te behouden of te laten ontstaan zijn slechts representaties van romantische beelden die wij in ons hoofd hebben.