Nieuwe Wildernis


Dolf van der Weij

De vereniging ‘Nieuwe Wildernis’ is opgericht. Waartoe?

Dolf van der Weij, 18 mei, 2009

Dolf van der Weij

De eigenaren die grond hebben teruggegeven aan de natuur om daar nieuwe wildernis te laten ontstaan (totaal al 115 ha) hebben een vereniging opgericht. Ze willen er samen op toezien dat de uitgangspunten door elk van hen worden gerespecteerd. Ze hebben hun mensgerichte bezit afgestaan. Daarmee willen ze vooral benadrukken dat de intrinsieke waarde van natuur, dus de waarde van natuur op zich, belangrijk is. Hoe belangrijk? Zo belangrijk dat het besef begint door te dringen dat de natuur weliswaar het welzijn van de mens dient, maar dat het onderwerpen van de natuur aan menselijke - vaak materiële - doelen tot een milieuramp leidt.

 

In 1995 verscheen er een boek van de milieufilosoof Wim Zweers. Daarin trachtte hij uit te leggen hoe onze grondhouding ten opzichte van de natuur zou moeten veranderen om een milieuramp te voorkomen. Die grondhouding noemde hij ‘Participeren aan de natuur’, tevens de titel van zijn boek.

 

Sinds de Verlichting is onze grondhouding wel veranderd, maar niet wezenlijk. De natuur was object. De mens zou ooit leren deze geheel te begrijpen en naar zijn hand te zetten. De mens als despoot. Die houding veranderde in de 19e eeuw enigszins naar die van verlicht heerser. Het was de tijd dat de natuur bijgeschaafd moest worden binnen de menselijke natuur. De natuur was niet meer dan dode materie om te manipuleren. In de twintigste eeuw kwam het inzicht dat de mens geen eigenaar van de natuur is, maar deze beheert. In opdracht van God, als rentmeester. Dat is nog steeds vaak de houding van christelijke partijen, maar er is ook een humanitaire tegenhanger van deze grondhouding. De natuur is echter nog steeds een object om te conserveren door de mens als subject.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog ontstond een ander inzicht. Gelijkwaardigheid van mens en natuur en doelgerichtheid zijn twee elementen in dit model. Realisering van de doeleinden gaat niet ten koste van de natuur als gelijkwaardige partij. Maar ecologische doelen kunnen wel beïnvloed worden met natuurontwikkeling, ook al beschouwt de mens zich in deze grondhouding partner van de natuur. In dit model is de natuur een betekenisvolle entiteit, een zelfstandige waarde naast de mens.

 

In het model, dat Zweers aanbeveelt als grondhouding speelt het intrinsieke-waardebegrip een sleutelrol. De waarde, de zin, waarvan de mens deel uitmaakt wordt niet door de mens bepaald of ingebracht. Nee, hij participeert zonder uitwissen van eigen specifiek menselijke vermogens. En eigen doelen kan men betitelen als nastreven van binnenuit, zoals ook andere natuurwezens doen, dus tegengesteld aan van buitenaf. De mens zal volgens dit perspectief inbinden en zich beperkingen opleggen, met behoud van zijn kennis en technologisch kunnen.

De begrenzing ligt in de erkenning van de intrinsieke waarde van de natuur waarvan hij deel uitmaakt. Dat is de uitgangshouding van de mens als participant aan de natuur.

 

De vraag is of de mensheid zich deze houding zo tijdig eigen kan maken dat hij in die omschakeling praktische middelen vindt om zich zelf te behoeden voor een milieuramp. De eigen doelen van de mens zijn dan geen laatste gegeven, maar ze zijn ingebed in de notie, het besef, van participatie aan de natuur.

 

Dolf van der Weij

voorzitter vereniging ‘Nieuwe Wildernis’                      

Eext, 15-05-2009

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. In bovenstaand artikel vraagt dhr.van der Weij zich af of de mens het zich eigen kan maken om de natuur als participant te aanvaarden. Het zou een goede zaak zijn wanneer dit op tijd zou lukken, maar zo niet, geen man overboord zou ik zeggen, de natuur regelt e.e.a. dan waarschijnlijk zelf, op haar eigen wijze. Of de mens het uiteindelijk resultaat nog zal kunnen aanschouwen is uiteraard een andere zaak. Waarschijnlijk niet. Niet leuk voor de mens wellicht, maar de natuur zal er nog geen traantje om wegpinken. Er is al zoveel leven van haar lijst afgevoerd in de tijd dat er leven op aarde is, ze zal ons niet eens missen. U mist toch ook niet de ontelbare microben en ander klein grut dat met elke doucebeurt in het afvoerputje wegspoelt? Op het aangezicht van Moeder Aarde zijn wij niet meer dan dat. De mens als participant blijft  een nobel streven, maar ook dit is uiteraard een manier van ’sturing’ hoe goed bedoeld ook.
    Linksom of rechtsom, de mens is deel van de natuur en die vindt altijd weer een manier om haar kinderen te verrassen. En wij proberen wel om het te voorspellen, maar het lukt ons eigenlijk nooit. Nu waarschijnlijk ook niet en ik vind dat een geruststellende gedachte…. grijns…

    Roel Meijer

Mijn reactie

 

Subscribe to comments on this post